
Er woedt een onzichtbare oorlog in Nederland. Een oorlog tussen invasieve exoten, de inheemse natuur en de mens. De slagvelden zijn de vennen, de beken, de rivierbekken en de postzegelparkjes. Hier vestigen zich de Amerikaanse rivierkreeft, de watercrassula en de Chinese wolhandkrab.
De oorlog draait om de simpele vraag: wie domineert? De inheemse natuur? De mens die eeuwenlang strijd heeft geleverd tegen de natuurlijke wereld? Of de invasieve exoten, die op hun eigen wijze de natuur onherkenbaar veranderen?
Deze serie gaat over invasieve exoten. Maar eigenlijk gaat het over de mens. De mens die planten en dieren over de aardbol versleept, soms gedreven door winst, soms vanwege onwetendheid. En de mens die wanhopige pogingen doet om de exoten te vernietigen.
Wasbeer, Aziatische hoornaar, zonnebaars, Japanse duizendknoop, beverrat, Amerikaanse rivierkreeft, en baby muskusratten op sterk water.
In het Wildpark in Gangelt, net over de grens van Zuid-Limburg, is een deel van de wasberen enkele jaren geleden ontsnapt. Sindsdien hebben ze zich razend snel genesteld en voortgeplant in de heuvels van Limburg.
De Roer, een kleine rivier die vanuit Duitsland richting Roermond stroomt, fungeert als de snelweg voor beverratten om ons land binnen te komen. In Duitsland wordt het dier niet bejaagd, waardoor iedere week tientallen exemplaren de trek westwaarts maken op zoek naar ongeclaimd territorium. In Nederland, echter, kunnen ze forse schade aan dijken veroorzaken. Bestrijders, zoals Hennie (rode jas) en Ruud van het waterschap varen dagelijks de Roer af om de beesten te vangen en te doden.
Bijna een eeuw geleden brachten zeeschepen de Chinese wolhandkrab naar Oost-Groningen, en sindsdien hebben ze gestaag de Nederlandse wateren veroverd. Nog ieder jaar trekken de krabben van hun geboortegrond in zee naar het zoete water. Hier controleert aquatisch bioloog Peter of de jonge krabben al bij Nieuw Statenzijl zijn gearriveerd. Via de palingtunnel wandelen ze vervolgens het Groningse achterland binnen.
De hemelboom is een exoot die vanuit het zuiden Nederland binnentrekt. Op vrachtwagens en auto's reizen de zaden mee, waarna ze ergens gedurende de reis weer eraf waaien. Hemelbomen vind je daarom vooral in de bermen, zoals hier op de A2 nabij Sittard.
Het ballastwater van zeeschepen biedt micro-exoten (larven, eitjes, parasieten, etc.) een eersteklas ticket om de wereld over te reizen. Water dat aan de ene kant van de wereld wordt ingeladen, wordt aan de andere kant van de wereld geloosd, met alle organismen die de reis hebben overleefd. Sinds enkele jaren moeten zeeschepen hun ballastwater zuiveren om dit te voorkomen. Michiel controleert hier in de haven of de filters werken.
Een ramp, vindt Marion de komst van Aziatische hoornaar. Veelvraten zijn het, die insecten waaronder de honingbij in grote aantallen opeten. Als vrijwilliger speurt ze de provincie af waar de beesten in 2017 voor het eerst werden waargenomen: in Zeeland. Met speciale lokpotten probeert ze de hoornaars te lokken, om ze daarna te volgen tot hun nest. De nesten zijn vaak moeilijk zichtbaar, zoals u als kijker ook niet het nest op een van de foto's heeft gespot.
Honderden bijtjes verliezen Marion en Peter dagelijks aan de hoornaars, die van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat als duikbommenwerpers genadeloos de korven aanvallen. Hun bijen wonen op een tuinpark in Terneuzen in Zeeland. Moedeloos van de situatie besluiten ze de korven te verhuizen naar hoornaarvriendelijker territorium.
Rob Voest, een grootheid in de hoornaarbestrijding, heeft in de afgelopen jaren een vernieuwende methode ontwikkeld om snel van de hoornaar af te komen. In plaats van eindeloos speuren met verrekijkers of drones, vangt hij één exemplaar die hij een microzendertje ombindt. Deze hoornaar wordt vrijgelaten en - eenmaal bijgekomen van zijn ontregelende ervaring - vliegt hij terug naar het nest. Rob hoeft het insect alleen maar met de ontvanger te volgen. Eenmaal bij het nest klimt hij in een hoogwerker en zuigt hij het leeg.
Roy en collega halen de netten binnen in de Molenpolder in Utrecht, waar de rivierkreeft welig tiert. Als experiment vangen ze iedere dag de beestjes, al maanden lang, om te kijken of de populatie daarmee ook afneemt. Ze vangen zo'n 50 kilo kreeft per dag. De kreeften worden verkocht aan restaurants en voedselfabrikanten.
Een half jaar later halen Roy en collega visser nog steeds 50 kilo kreeft per dag uit het poldergebied. Ondanks de volle netten is er geen zichtbare afname van het aantal kreeften. Het experiment is twee jaar na de start gestopt.
In de Wieden, een van Neerlands mooiste gebieden in Overijssel, drijft in grote delen van het gebied een dikke plantensoep. Het ongelijkbladig vederkruid is een exotische aquariumplant, vaak uitgekozen vanwege zijn decoratieve kwaliteiten, die waarschijnlijk in het gebied gedumpt is. Sindsdien woekert het in een omvang die bijna niet beheersbaar is. De strijd wordt in sommige delen aangegaan met emmer en hark.
Maar spierkracht alleen is niet voldoende om het vederkruid uit het gebied te halen. De gemechaniseerde tak van de onkruidbrigade bestaat uit zogenaamde 'harkboten', boten met een grote ploeg die de bodem compleet omwoelen om ieder levend organisme, waaronder de exoot, te verwijderen. Deze de facto vernietiging van het onderwaterleven moet de Wieden een 'reset' geven tegen de woekerende plantensoep.
De vlinderstruik heeft de voormalige ENCI-groeve, ten zuiden van Maastricht bereikt. En dat is slecht nieuws voor vlinders, want voor vlinders is deze struik junkfood: erg lekker, weinig voedingswaarde. Vrijwilligers zoals Guus trekken er in het weekend op uit om de plant uit de groeve te verwijderen.
Werknemers van Staatsbosbeheer kammen een gebied uit in de Biesbosch, waar de waterteunisbloem zich heeft gevestigd. Wie die plant in zijn gebied heeft, krijgt het er bijna niet meer uit. Zelfs het kleinste drijvende stukje kan zich opnieuw in de oevers vestigen en uitgroeien tot een enorme plaag. Door de aard van het gebied moet de plant met de hand worden verwijderd.
In een natuurgebied in Brabant woekert de watercrassula, een plantje dat een bijna ondoordringbare mat vormt die al het andere groen het bestaansrecht ontneemt. De plant is zo besmettelijk dat de volle wagen iedere keer ontsmet moet worden als hij naar de afvoerberg rijdt.
Tiengemeten, op kleine afstand van de Biesbosch, heeft ook te maken met de waterteunisbloem (de kleine variant). Ook hier trekken wekelijks vrijwilligers eropuit om de plant te verwijderen. Ondanks de vele, vele uren van speuren, waden, scheppen en afvoeren zijn ze de strijd aan het verliezen.
Het gevolg is dat hele stukken van Tiengemeten worden opgegeven. Hier is de waterteunisbloem zo dominant dat er niks meer tegen te beginnen is, zelfs als graafmachines het gebied zouden afgraven. Inmiddels denkt Natuurmonumenten erover na om de natuurbestemming van het eiland aan te passen, waarbij de eentonigheid van het gebied wordt erkend en er in het geheel niet meer tegen de exoot wordt opgetreden. Het zou een spectaculaire overwinning voor de waterteunisbloem versus de mens betekenen.
De Waddenzee was ooit het domein van de inheemse oester. Een ziekte en de komst van de Japanse oester heeft dat doen veranderen. Inmiddels zijn bijna alle oesters exoten geworden. Hier inspecteert David, een professor verbonden aan het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, een oesterbank.
Als mensen een kaartje naar hem sturen, dan volstaat straatnaam en 'Richard de rattenjager'. De postbode weet genoeg. Al meer dan 40 jaar vangt Richard muskusratten in de omgeving van Utrecht, vroeger duizenden per jaar, nu honderden- een goede muskusratjager is toch een soort slachtoffer van zijn eigen succes. De dieren zijn invasieve exoten die dijken veranderen in gatenkaas, en mannen als Richard gaan er daarom dagelijks op uit om ze te vangen.
Maar hij is meer dan een jager alleen: hij is een wandelende muskusrat encyclopedie. Alles houdt hij bij in een uitgebreid archief, vol krantenknipsels, vangcijfers en onderzoeksartikelen, aangevuld met een grote collectie muskusratcuriositeiten zoals muskusratjes op sterk water. Hij ís zijn werk- een jager die buiten moet zijn, genietend van het kat en muis spel tussen, ehh, jager en rat. Maar, zegt Richard, rattenvangen komt met een prijs: je eigen gezondheid. Hij kent geen muskusratjager die geen versleten rug heeft aan het einde van zijn carrière, en ook hij zit sinds december tijdelijk thuis. Hij woont samen met zijn moeder, wie hij verzorgt- de pijn in de rug werd ondragelijk.
Wat hij gaan doen weet hij nog niet. Misschien zijn archief bijwerken. Maar echt veel zin heeft Richard er niet in. Buiten lopen de ratten, en hij zit binnen te wachten tot de rug herstelt. Een ondragelijke gedachte voor een Rattenjager.
Einde van het eerste deel.
Binnenkort het tweede deel!
Er woedt een onzichtbare oorlog in Nederland. Een oorlog tussen invasieve exoten, de inheemse natuur en de mens. De slagvelden zijn de vennen en de volkstuinen, de beken en de bossen, de rivierbekken en de postzegelparkjes. Hier vestigen zich de Amerikaanse rivierkreeft en de Japanse duizendknoop, de watercrassula en de wasbeerhond, de stierkikker en de Chinese wolhandkrab.
De oorlog draait om de simpele vraag: wie domineert? Is dat de inheemse Nederlandse natuur, de door Jac. P. Thijsse zo wonderschoon gedefinieerde sloten bossen en ander groen? Is het de mens, die eeuwenlang strijd heeft geleverd tegen de natuurlijke wereld, totdat zij eindelijk, met spierkracht, kennismacht en machines, haar kon bedwingen en boetseren naar eigen inzicht? Of zijn het al die invasieve exoten, die zich maar weinig aantrekken van dit menselijk privilege en op hun eigen wijze de natuur onherkenbaar veranderen?
Deze serie gaat over deze invasieve exoten. Maar eigenlijk gaat het over de mens. De mens die planten en dieren over de aardbol versleept. De mens die soms gedreven door winst, soms vanwege onwetendheid de planten en dieren in vreemde ecosystemen introduceert. En de mens die vervolgens wanhopige pogingen doet om de exoten te vernietigen voordat ze dat met onze natuur doen.
In het Wildpark in Gangelt, net over de grens van Zuid-Limburg, is een deel van de wasberen enkele jaren geleden ontsnapt. Sindsdien hebben ze zich razend snel genesteld en voortgeplant in de heuvels van Limburg.
De Roer, een kleine rivier die vanuit Duitsland richting Roermond stroomt, fungeert als de snelweg voor beverratten om ons land binnen te komen. In Duitsland wordt het dier niet bejaagd, waardoor iedere week tientallen exemplaren de trek westwaarts maken op zoek naar ongeclaimd territorium.
Bijna een eeuw geleden brachten zeeschepen de Chinese wolhandkrab naar Oost-Groningen, en sindsdien hebben ze gestaag de Nederlandse wateren veroverd. Nog ieder jaar trekken de krabben van hun geboortegrond in zee naar het zoete water. Hier controleert aquatisch bioloog Peter of de jonge krabben al bij Nieuw Statenzijl zijn gearriveerd.
De hemelboom is een exoot die vanuit het zuiden Nederland binnentrekt. Op vrachtwagens en auto's reizen de zaden mee, waarna ze ergens gedurende de reis weer eraf waaien.
Het ballastwater van zeeschepen biedt micro-exoten (larven, eitjes, parasieten) een eersteklas ticket om de wereld over te reizen. Sinds enkele jaren moeten zeeschepen hun ballastwater zuiveren. Michiel controleert hier in de haven of de filters werken.
Een ramp, vindt Marion de komst van Aziatische hoornaar. Veelvraten zijn het, die insecten waaronder de honingbij in grote aantallen opeten. Als vrijwilliger speurt ze de provincie af waar de beesten in 2017 voor het eerst werden waargenomen: in Zeeland.
Honderden bijtjes verliezen Marion en Peter dagelijks aan de hoornaars, die van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat als duikbommenwerpers genadeloos de korven aanvallen. Moedeloos van de situatie besluiten ze de korven te verhuizen naar hoornaarvriendelijker territorium.
Rob Voest heeft een vernieuwende methode ontwikkeld: hij vangt één hoornaar en bindt er een microzendertje om. Deze hoornaar vliegt terug naar het nest, Rob volgt met de ontvanger en zuigt vervolgens het nest leeg vanuit een hoogwerker.
Roy en collega halen de netten binnen in de Molenpolder in Utrecht, waar de rivierkreeft welig tiert. Als experiment vangen ze iedere dag de beestjes, al maanden lang, om te kijken of de populatie daarmee ook afneemt. Ze vangen zo'n 50 kilo kreeft per dag.
In de Wieden, een van Neerlands mooiste gebieden in Overijssel, drijft in grote delen van het gebied een dikke plantensoep. Het ongelijkbladig vederkruid is een exotische aquariumplant die waarschijnlijk in het gebied gedumpt is. Sindsdien woekert het in een omvang die bijna niet beheersbaar is.
Spierkracht alleen is niet voldoende om het vederkruid uit het gebied te halen. De gemechaniseerde tak van de onkruidbrigade bestaat uit 'harkboten', boten met een grote ploeg die de bodem compleet omwoelen om ieder levend organisme te verwijderen.
In een natuurgebied in Brabant woekert de watercrassula, een plantje dat een bijna ondoordringbare mat vormt die al het andere groen het bestaansrecht ontneemt. De plant is zo besmettelijk dat de volle wagen iedere keer ontsmet moet worden als hij naar de afvoerberg rijdt.
De vlinderstruik heeft de voormalige ENCI-groeve, ten zuiden van Maastricht bereikt. En dat is slecht nieuws voor vlinders, want voor vlinders is deze struik junkfood: erg lekker, weinig voedingswaarde. Vrijwilligers zoals Guus trekken er in het weekend op uit om de plant uit de groeve te verwijderen.
Werknemers van Staatsbosbeheer kammen een gebied uit in de Biesbosch, waar de waterteunisbloem zich heeft gevestigd. Wie die plant in zijn gebied heeft, krijgt het er bijna niet meer uit. Zelfs het kleinste drijvende stukje kan zich opnieuw in de oevers vestigen en uitgroeien tot een enorme plaag.
Tiengemeten, op kleine afstand van de Biesbosch, heeft ook te maken met de waterteunisbloem. Ook hier trekken wekelijks vrijwilligers eropuit om de plant te verwijderen. Ondanks de vele uren van speuren, waden, scheppen en afvoeren zijn ze de strijd aan het verliezen.
Het gevolg is dat hele stukken van Tiengemeten worden opgegeven. Hier is de waterteunisbloem zo dominant dat er niks meer tegen te beginnen is. Inmiddels denkt Natuurmonumenten erover na om de natuurbestemming van het eiland aan te passen.
De Waddenzee was ooit het domein van de inheemse oester. Een ziekte en de komst van de Japanse oester heeft dat doen veranderen. Inmiddels zijn bijna alle oesters exoten geworden. Hier inspecteert David, een professor verbonden aan het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, een oesterbank.
Al meer dan 40 jaar vangt Richard muskusratten in de omgeving van Utrecht. De dieren zijn invasieve exoten die dijken veranderen in gatenkaas, en mannen als Richard gaan er daarom dagelijks op uit om ze te vangen.
Einde van het eerste deel.
Binnenkort het tweede deel!
Einde van deze serie
Bekijk ook
Contact
wouterzaalberg@gmail.com
06 45 788 180