De mijnindustrie schepte de mijnstreek—en toen de mijnen verdwenen, bleef de streek verweesd achter. In 67 foto's vertelt Wouter Zaalberg dit verhaal: van de welvaart en kameraadschap, via de werkloosheid en heroïne-epidemie, naar de zoektocht naar een nieuwe identiteit.
Wie vóór 1974 door de Oostelijke Mijnstreek reisde, zou een wereld ervaren waar alles draaide om een ding: steenkool. Overal zag je schachten, schoorstenen en koeltorens. Je hoorde het geluid van schachtwielen en het lossen van kolenwagens. Je zou struikelen over de vele spoorlijnen en je vergapen aan de steenbergen die iedere dag een beetje hoger werden.
Er zat een grote vanzelfsprekendheid in de manier waarop de mijnbouw hier—samen met de kerk—de dienst uitmaakte en vorm gaf aan de samenleving. Het was de mijnbouw die zorgde voor scholing in de vorm van Ondergrondse Vakscholen en andere technische opleidingen. De mijn maakte van mannen koempels, zonder dat ze daar lang over nadachten. 'Dat deed je gewoon', zeggen oud-mijnwerkers als ze terugblikken op hun leven ondergronds.
Zo abrupt als de verbinding tussen de streek en mijnbouw zich had aangediend, zo abrupt werd deze weer doorbroken. Toen in 1974 de laatste wagen omhoog getakeld werd, een taak die seingever Henk Krans 'zonder veel plichtplegingen uitvoerde', aldus het Limburgs Dagblad, was de Nederlandse mijnbouw voorgoed voorbij. Zo'n 45.000 mijnwerkers en 30.000 werknemers van toeleveringsbedrijven waren werkloos.
Wat was Heerlen nu het geen mijnstad meer was? Voor veel oud-mijnwerkers werd het een plek die hen dagelijks herinnerde aan hun eigen overbodigheid. Jarenlang was men trots op de bijdrage die de mijnen leverden aan de welvaart van heel Nederland. Opeens werd het mijnverleden gezien als vies en beschamend, haar gebouwen als oude rommel, haar koempels als lastig te plaatsen werklui.
Inmiddels lijkt Heerlen een stad te zijn geworden waar heden en verleden een nieuwe balans hebben gevonden. De mijnbouw mag weer nadrukkelijk onderdeel zijn van de identiteit van de regio. Oud-mijnwerkers zoeken elkaar op om het verleden levend te houden en jongere generaties verdiepen zich in de geschiedenis van de streek, voelen verbintenis en soms ook trots. Het jaar van de Mijnen in 2015 symboliseert deze hernieuwde aandacht.
Tegelijkertijd dient het mijnverleden zich ook aan waar dat onontkoombaar is. De geschiedenis van de mijnen en haar sluiting heeft deze streek ten diepste gevormd—en vormt haar nog iedere dag. Of zoals een bewoner het zegt: "Het verleden voelt voor mij als een litteken. Geen litteken om je voor te schamen, maar slechts een teken dat je leeft. Dat je durft te springen en te vallen en op te staan."
Grote expositie in Heerlen centrum
Exposities in Amsterdam, Maastricht en Kerkrade
Publicaties in De Volkskrant, NRC, PF Magazine, De Limburger en meer
Uitgave eigen boek (uitverkocht)